Overzicht / Fietsgids / Fietspomp

Grijze openbare herstelzuil in Poznań met gereedschap aan kabels, een standaard en een voetpomp met manometer
Een openbare herstelzuil met pomp en vast gereedschap, hier in Poznań. Steeds meer steden zetten die aan stations en knooppunten. Foto: MOs810, CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons.

Gratis fietspomp onderweg

99 winkels op deze kaart hebben een fietspomp die je mag gebruiken. Bij een deel daarvan hangt die buiten aan de gevel, ook als de winkel dicht is — wat hem meteen tot een van de weinige zondagoplossingen maakt in een sector die op zondag zo goed als volledig gesloten is.

Op de winkelpagina’s staat het label Gratis fietspomp bij de zaken die het aanbieden.

Waarom bandenspanning meer uitmaakt dan wat ook

Van al het onderhoud aan een fiets is bandenspanning het goedkoopste en het meest verwaarloosde. Een te zachte band doet drie dingen tegelijk, en alle drie zijn ze vervelend.

Hij rolt zwaarder. Het verschil tussen een band op 2 bar en dezelfde band op 4 bar voel je onmiddellijk — je fietst met minder inspanning even snel.

Hij gaat sneller kapot. Een zachte band vervormt bij elke omwenteling. Dat sloopt het rubber van binnenuit en veroorzaakt “snakebites”: twee gaatjes naast elkaar in de binnenband, ontstaan doordat de band tegen de velg klapt bij een put of een stoeprand.

Hij stuurt onprecies. Vooral bij het remmen in een bocht.

Hoeveel bar?

Het staat op je band. Kijk op de zijkant: daar vind je een bereik als min 3.5 bar – max 5.5 bar of in psi (50–80 psi, waarbij 1 bar ≈ 14,5 psi).

Grove richtlijnen als het onleesbaar is:

Type bandSpanning
Brede stadsfiets- of ballonband2,5 – 4 bar
Gewone stadsfiets3,5 – 5 bar
Trekking / hybride4 – 6 bar
Racefiets (smal)6 – 8 bar
Mountainbike1,8 – 2,8 bar

Zwaardere fietser of bagage achterop: naar de bovengrens. Losse ondergrond of veel comfort gewenst: naar de ondergrens. Nooit boven het maximum — dan kan de band van de velg lopen.

Hoe vaak? Elke maand controleren volstaat voor een stadsfiets. Een band verliest ook zonder lek langzaam lucht, en dat gaat sneller naarmate de band smaller is. Een racefiets pomp je voor elke rit.

De drie ventieltypes

Dit is de reden waarom een pomp die je leent soms niet past.

Dunlop / Woods (het klassieke Nederlandse en Belgische stadsfietsventiel, dik met een kartelmoertje). Standaard op de meeste gewone fietsen hier.

Presta / Frans (dun, met een schroefje bovenaan dat je eerst moet losdraaien). Racefietsen en betere trekkingfietsen. Vergeet je het schroefje open te draaien, dan gaat er geen lucht in.

Schrader / auto (identiek aan een autoband). Mountainbikes en veel e-bikes. Past ook op de compressor van een tankstation — al is dat riskant, want die blaast hard en snel.

De meeste moderne pompen slikken alle drie, soms na het omdraaien van een rubberen inzetstukje in de kop.

Wat je nog kan vragen

Een winkel die zijn pomp buiten hangt, doet dat als service en als reclame. De meeste vinden het prima dat je hem gebruikt zonder iets te kopen — maar het blijft een gebaar, geen recht. Binnen even hallo zeggen als de zaak open is, kost niets.

Sommige van die zaken hangen er ook een klein reparatiestation bij: een beugel om de fiets in te hangen, inbussleutels en schroevendraaiers aan een kabeltje. Die staan er vooral in de fietsvriendelijke steden — Gent, Leuven en Antwerpen — en vaak ook aan stations en langs fietssnelwegen, waar ze door de gemeente geplaatst zijn.

Wat je zelf beter meeneemt

Een pomp aan een gevel helpt je niet als je vijftien kilometer verderop staat. Wat in elke fietstas past:

  • Een handpompje of CO₂-patronen. Een pompje van tien euro is genoeg.
  • Een reserve binnenband in de juiste maat en met het juiste ventiel. Vervangen gaat sneller en betrouwbaarder dan plakken langs de weg.
  • Twee bandenlichters. Zonder krijg je de band er niet af.
  • Een multitool met inbussleutels.

Wie dat bij zich heeft, staat bij een lekke band twintig minuten stil in plaats van een halve dag.

Verder kijken

Fietsenwinkels in de gemeenten uit dit artikel

Zie ook

Meer uit de Fietsgids